Medische visualisatie van een natuurlijk kniegewricht met moleculaire structuren voor regeneratieve artrosebehandeling en silhouetten van oefentherapie op de achtergrond.

Innovaties in Artrose & Gewrichtsbehoud

De nieuwe realiteit in artrosezorg

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

De behandeling van knieartrose staat op een kantelpunt. Jarenlang draaide alles om snelle symptoombestrijding: iets minder pijn, iets minder zwelling, en dan hopen dat het gewricht zich voorlopig koest hield. Maar steeds duidelijker wordt dat deze strategie niet past bij wat we inmiddels weten over artrosebiologie. Duurzame resultaten ontstaan niet door het dempen van symptomen, maar door interventies die het gewricht structureel ondersteunen en de synoviale omgeving daadwerkelijk verbeteren.

Toch zien we in de dagelijkse praktijk een opvallende paradox. Terwijl richtlijnen adviseren om terughoudend te zijn met corticosteroïden, worden ze in Nederland nog altijd massaal ingezet — alleen al in 2024 werden er ruim 70.000 knie‑injecties gegeven. Terughoudendheid? Of simpelweg het gevolg van verzekerde zorg, waarin de behandelingen die wél passen bij modern gewrichtsbehoud vaak buiten de vergoeding vallen?

De literatuur is in elk geval steeds duidelijker: herhaald gebruik van corticosteroïden heeft nauwelijks plaats in de hedendaagse artrosebehandeling, behalve in uitzonderlijke situaties. En dat is niet omdat er geen alternatieven zijn — integendeel. De afgelopen jaren zijn er therapieën ontwikkeld die precies aansluiten bij wat een artrotisch gewricht nodig heeft: herstel van synoviale balans, remming van ontsteking en ondersteuning van de natuurlijke biomechanica.

In deze nieuwsbrief zoomen we in op twee van die opties: hyaluronzuur en Arthrosamid®. Hyaluronzuur wordt vaak onderschat, terwijl de effectiviteit sterk afhankelijk is van moleculair gewicht, dosering en CD44‑activatie. Daarnaast bespreken we hoe het synovium — lang gezien als een passieve omhulling — in werkelijkheid een centrale rol speelt in pijn, ontsteking en progressie van artrose. En hoe Arthrosamid®, als synoviaal implantaat, precies dáár ingrijpt.

Veel leesplezier,

Paul

Paul van der Wielen MSc BSc

Supportho Medical BV.
Mobile +31653256063 (whatsapp)
Email paul@supporthomedical.nl

Corticosteroïden in één minuut

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

Corticosteroïden hebben jarenlang een vaste plek gehad in de artrosezorg, vooral vanwege hun snelle pijnstillende werking. Maar de moderne literatuur schetst een ander beeld. De bekende JAMA‑studie van McAlindon laat het haarscherp zien: patiënten die elke 3 maanden intra‑articulaire triamcinolon kregen, verloren in twee jaar significant meer kraakbeen dan de placebogroep — zonder dat hun pijn beter verbeterde. MRI‑beelden bevestigden zelfs een versnelde structurele achteruitgang.

Dat betekent dat de tijdelijke verlichting die corticosteroïden bieden, een prijs heeft: versnelling van kraakbeendegradatie. En precies daarom passen ze nog maar zeer selectief in een modern behandelpad dat gericht is op gewrichtsbehoud. Zeker in een tijd waarin regeneratieve en structurele interventies — zoals hyaluronzuur met hoog moleculair gewicht of synoviale implantaten zoals Arthrosamid® — wél bijdragen aan synoviale stabiliteit en biologische rust.

Kort gezegd: corticosteroïden kunnen op korte termijn helpen, maar op lange termijn schaden. In de regeneratieve orthopedie verschuift hun rol daarom van routine‑injectie naar uitzondering, alleen passend wanneer andere opties tijdelijk niet mogelijk zijn.

 

1. Corticosteroïden: richtlijn vs. realiteit

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

Deze ontwikkelingen markeren een nieuwe fase in artrosezorg: weg van tijdelijke onderdrukking, op weg naar biologische stabiliteit en structurele ondersteuning.

Hoewel corticosteroïden in de Richtlijn Heup- en Knieartrose nog worden genoemd voor kortdurende verlichting, dwingt recente literatuur tot terughoudendheid.

Effect of Intra-articular Triamcinolone vs Saline on Knee Cartilage Volume and Pain in Patients With Knee Osteoarthritis A Randomized Clinical Trial
Timothy E. McAlindon e.a.; JAMA. 2017;317(19):1967-1975. doi:10.1001/jama.2017.5283

CONCLUSIONS AND RELEVANCE
Among patients with symptomatic knee osteoarthritis, 2 years of intra-articular triamcinolone, compared with intra-articular saline, resulted in significantly greater cartilage volume loss and no significant difference in knee pain. These findings do not support this treatment for patients with symptomatic knee osteoarthritis.

Samengevat:

  • Herhaalde injecties (elke 3 maanden, 2 jaar) veroorzaakten significant meer kraakbeenverlies.
  • Er was geen langdurig beter pijnstillend effect dan placebo.
  • MRI liet structurele achteruitgang zien ondanks tijdelijke verlichting.

Conclusie: corticosteroïden kunnen kraakbeen degradatie versnellen en passen daarom nog slechts selectief in een modern behandelpad.

Hyaluronzuur in één minuut

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

Hyaluronzuur is allang geen simpel “smeermiddel” meer. De moderne wetenschap laat zien dat het vooral een biologische modulator is die het artrotische gewricht tijdelijk terugbrengt naar een gezondere staat. Na injectie verbetert de smering direct, maar het echte werk gebeurt op cellulair niveau: de lange HA‑ketens binden aan CD44‑receptoren, waardoor ontstekingsgenen zoals IL‑1β, TNF‑α en IL‑6 worden geremd en de activiteit van afbraakenzymen (MMP’s, ADAMTS) afneemt. Tegelijkertijd worden synoviocyten gestimuleerd om weer eigen hyaluronzuur te produceren — een anabole reset die weken tot maanden blijft doorwerken.

Voorwaarde voor dit effect is kwaliteit: hoog moleculair gewicht (>1,5–4 MDa) voor sterke CD44‑clustering, en een voldoende hoge dosering (>60 mg) om zowel receptorbezetting als langere verblijftijd in het gewricht te bereiken. Hoewel het exogene HA binnen enkele weken wordt afgebroken, blijft de biologische boodschap veel langer hangen. Dat verklaart waarom één injectie vaak 6–12 maanden pijnvermindering en betere functie geeft.

Kort gezegd: hyaluronzuur werkt niet omdat het blijft, maar omdat het het gewricht herprogrammeert — en daarmee de vicieuze cirkel van artrose tijdelijk doorbreekt.

2.  Hyaluronzuur bij knie‑artrose: het verrassende verhaal achter een oude bekende

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie

We kennen hyaluronzuur al jaren. Het stond lang bekend als het “smeermiddel” dat we in een piepend gewricht spoten om de boel wat soepeler te laten lopen. Maar wie de recente literatuur volgt, ziet dat dit beeld inmiddels hopeloos achterhaald is. Het echte verhaal is veel interessanter — en eerlijk gezegd ook veel logischer.

Een gewricht dat zichzelf vastdraait

Artrose is geen slijtage in de klassieke zin. Het is een gewricht dat zijn evenwicht verliest. Zodra ontstekingsstoffen zoals IL‑1β en TNF‑α de regie overnemen, verandert het synovium in een soort “alarmcentrale” die continu nieuwe signalen blijft uitsturen. Het lichaamseigen hyaluronzuur wordt dunner en korter, waardoor de synovia zijn veerkracht verliest.

En dan gebeurt het onvermijdelijke: minder schokdemping → meer stress → meer ontsteking → nóg minder HA.

Het gewricht komt in een vicieuze cirkel terecht die zichzelf blijft voeden.

Wat er gebeurt zodra je hyaluronzuur injecteert

De eerste minuten zijn voorspelbaar: de synovia wordt dikker, de smering verbetert, de frictie daalt. Maar dat is slechts de mechanische proloog.

Het echte verhaal begint wanneer de HA‑ketens de CD44‑receptoren bereiken — kleine eiwitten op synoviocyten en chondrocyten die fungeren als biologische schakelaars.

Ontstekingsremming

Zodra HA zich aan CD44 bindt, dimt het de productie van IL‑1β, IL‑6, TNF‑α en PGE2. Het gewricht komt letterlijk tot rust.

Remming van afbraakenzymen

MMP’s en ADAMTS — de enzymen die kraakbeen afbreken — worden minder actief. Het is alsof je de “slopers” even op pauze zet.

Stimulatie van opbouw

Synoviocyten gaan weer endogeen hyaluronzuur maken. Chondrocyten produceren meer proteoglycanen. Het gewricht krijgt een biologisch herstelmoment dat het al lang niet meer heeft gehad.

En dat alles door een molecuul dat we ooit vooral zagen als glijmiddel.

Waarom moleculair gewicht en dosering zoveel uitmaken

Niet elk hyaluronzuur kan dit verhaal vertellen. Het draait om twee cruciale eigenschappen: lengte en hoeveelheid.

  1. Hoog moleculair gewicht (>1,5–4 MDa)

Lange HA‑ketens (hoog moleculairgewicht) kunnen meerdere CD44‑receptoren tegelijk vastpakken. Dat klinkt technisch, maar het betekent simpelweg dat het signaal naar de cel sterker en stabieler wordt. Korte fragmenten (laag moleculairgewicht) doen dat niet — sterker nog, die kunnen zelfs pro‑inflammatoir werken.

  1. Hoge dosering (>60 mg)

Een hogere dosis zorgt ervoor dat:

  • er genoeg HA aanwezig is om voldoende CD44‑receptoren te activeren
  • het lymfesysteem tijdelijk “verzadigd” raakt, waardoor het HA langer in het gewricht blijft
  • enzymen zoals hyaluronidase niet alles meteen kunnen afbreken

Het is dus geen kwestie van “meer vullen”, maar van biologische drempels overschrijden. Hierbij is waarschijnlijk een zeer hoge dosis van 120 mg aan te raden in een enkele of meerdere behandelingen.

 

Too short: Catabolic response

Optimal: Efficient anti-catabolic response

Too Long: Not optimal anti-catabolic response

 

Lineair versus gecrosslinkt: twee vormen met een eigen persoonlijkheid

Lineair HA

Dit is de snelle communicator. De ketens bewegen vrij, binden efficiënt aan CD44 en geven een krachtige biologische prikkel. De mechanische halfwaardetijd is korter, maar met een hoge dosering kun je een sterk cumulatief effect bereiken en als gevolg van de “verzadiging” de halfwaardetijd verlengen.

Gecrosslinkt HA (BDDE)

Dit is de langzame, stabiele kracht. Door de 3D‑structuur blijft het materiaal wekenlang aanwezig en biedt het langdurige schokdemping en biologische prikkel. Het nadeel: tot 20% van de patiënten ervaart een tijdelijke ontstekingsreactie — vervelend, maar zelflimiterend.

Beide vormen hebben hun plek, zolang je weet welk effect je wilt bereiken.

Waarom werkt hyaluronzuur 6–12 maanden terwijl het binnen dagen tot weken verdwijnt?

Dit is misschien wel het meest intrigerende deel van het verhaal.

Hoewel het exogene HA binnen enkele dagen tot weken wordt afgebroken, blijft de biologische boodschap veel langer hangen. CD44‑activatie zet processen in gang die niet zomaar stoppen:

  • NF‑κB blijft onderdrukt
  • MMP’s blijven geremd
  • synoviocyten blijven meer endogeen HA maken
  • chondrocyten blijven proteoglycanen opbouwen

Het gewricht functioneert alsof het tijdelijk “geherprogrammeerd” is. Dit is het remanente anabole signaal — de reden dat patiënten maandenlang minder pijn en betere functie ervaren.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Wanneer je hyaluronzuur inzet, geef je het gewricht niet alleen een beetje extra smering. Je doorbreekt tijdelijk de vicieuze cirkel van artrose en creëert een biologisch venster waarin herstel weer mogelijk wordt.

  • Kies voor hoog moleculair gewicht om CD44 optimaal te activeren.
  • Doseer >60 mg, idealiter hoger, om de biologische drempel te halen.
  • Verwacht 6–12 maanden klinisch voordeel — niet door het materiaal zelf, maar door de cellulaire reset die het veroorzaakt.
  • Gebruik deze periode om patiënten te begeleiden naar GLA:D of andere kracht/ stabilisatietraining gecombineerd met leefstijladvies, zodat het mechanische voordeel ook op lange termijn blijft bestaan.

Referenties:

  • CD44‑binding & cytokineremming
    • Campo GM, Avenoso A, Campo S, et al. Hyaluronan mediates anti-inflammatory effects via CD44. Arthritis Res Ther. 2009;11(6):R166.
    • Glinkowski WM, Narloch J, Glinkowska B. Molecular mechanisms and therapeutic role of intra-articular hyaluronic acid in osteoarthritis. J Clin Med. 2025;14(3):512.
    • Yasuda, T. (2011). Hyaluronan inhibits cytokine production by blocking JNK and NF-κB activation via CD44. Inflammation Research, 60(6), 541-548.
    • Litwiniuk, M., et al. (2016). Hyaluronic Acid in Inflammation and Tissue Regeneration. Wounds, 28(3), 78-88.Wang, C. T., et al. (2006). High molecular weight hyaluronan inhibits IL-1β-induced inflammation in cartilage chondrocytes. Osteoarthritis and Cartilage, 14(12), 1239-1247.
    • R. Altman e.a, Anti-Inflammatory Effects of Intra-Articular Hyaluronic Acid: A Systematic Review. Cartilage 2019, Vol. 10(1) 43­ –52
  • Remming van MMP’s, ADAMTS & stimulatie endogene HA
    • Ghosh P, Guidolin D. Mechanisms of HA in OA. Semin Arthritis Rheum. 2002;32(1):10‑37.
    • Altman RD, Manjoo A, Fierlinger A, et al. Mechanism of action of hyaluronic acid in OA: systematic review. BMC Musculoskelet Disord. 2015;16:321.
    • Julovi, S. M., et al. (2004). Inhibition of interleukin-1β-induced effector functions in human articular chondrocytes by low- and high-molecular-weight hyaluronan. Arthritis & Rheumatism, 50(2), 516-525.
    • Monfort, J., et al. (2008). Biochemical biomarkers in osteoarthritis: focuses on biological aspects of hyaluronan. ScienceDirect/Arthritis Research & Therapy.
  • Hoger moleculair gewicht = betere klinische respons
    • Hummer CD, et al. High molecular weight HA for knee OA: network meta-analysis. BMC Musculoskelet Disord. 2020;21:702.
    • Henrotin Y, Raman R, Richette P. Consensus on viscosupplementation. Semin Arthritis Rheum. 2015;45(2):140‑149.
  • Doseringsprincipes
    • Altman RD. Intra-articular hyaluronic acid: dosing considerations. Osteoarthritis Cartilage. 2015;23(3):363‑365.
    • Conrozier, T., et al. (2016). Is arthroscopic synovial fluid dilution a real problem? Focus on viscosupplementation dosage. Journal of Clinical Medicine.
  • Halfwaardetijd & verblijftijd in het gewricht. Lineair HA (10–24 uur, effect langer)
    • Kobayashi S, et al. Pharmacokinetics of intra-articular hyaluronic acid. Clin Pharmacokinet. 2004;43(8):551‑566.
    • Crosslinked HA (dagen–weken)
    • Synvisc (Hylan G‑F 20) pharmacokinetics. Data summarized in: Moreland LW. Rheumatology. 2003;42(9):1239‑1248.
    • Durolane (NASHA) half-life. Summarized in: Henrotin Y, et al. Semin Arthritis Rheum. 2015;45(2):140‑149.
  • Crosslinked HA & post‑injectie reacties (tot 20%)
    • Puttick MP, Wade JP, Chalmers A, et al. Acute local reactions after hylan G-F 20. J Rheumatol. 1995;22(7):1311‑1314.
    • Waddell DD, Bricker DC. Severe acute localized reactions to hylan G-F 20. Clin Rheumatol. 2007;26(11):1973‑1976.
  • Remanent anabool signaal (langdurig effect ondanks korte halfwaardetijd)
    • Langdurige modulatie van cytokines & MMP’s
      • Campo GM, et al. CD44‑mediated anti-inflammatory cascade. Arthritis Res Ther. 2009;11(6):R166.
      • Glinkowski WM, et al. Long-term biological modulation by HA. J Clin Med. 2025;14(3):512.
    • Effecten blijven maanden bestaan
      • Ghosh P, Guidolin D. Biological persistence of HA effects. Semin Arthritis Rheum. 2002;32(1):10‑37.
      • Bellamy N, Campbell J, Robinson V, et al. Viscosupplementation for knee OA. Cochrane Database Syst Rev. 2006;(2):CD005321.
      • Henrotin Y, et al. Consensus on long-term clinical benefit. Semin Arthritis Rheum. 2015;45(2):140‑149.
      • Bagga, H., et al. (2006). Long-term effects of intra-articular hyaluronan on synovial fluid viscosity and its correlation with clinical outcome. Rheumatology, 45(1), 94-98.
  • Algemeen
      • Pavan Walvekar e.a, A review of hyaluronic acid-based therapeutics for the treatment and management of arthritis. International Journal of Biological Macromolecules 264 (2024) 130645
      • Krzysztof Falkowski, Single Injection of Highly Concentrated Hyaluronic Acid Provides Improvement of Knee Joint Arthrokinematic Motion and Clinical Outcomes in Patients with Osteoarthritis—Non-Randomized Clinical Study. J. Clin. Med. 2025, 14, 3557, 2-14
      • Julian B. Troncoso e.a., Different hyaluronan concentration determinate distinctive physicochemical and biological properties of the intra-articular gel but does not affect satisfactory clinical outcome. Journal of Orthopaedic Reports 4 (2025 ) 100445

Arthrosamid® in één minuut

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

Arthrosamid® is geen gewone injectie, maar een injecteerbaar synoviaal implantaat. Na toediening verweeft de zachte hydrogel zich langzaam met het synovium, waardoor het kapsel dikker, soepeler en minder pijnlijk wordt. Het voelt alsof het gewricht van binnenuit structureel verbetert.

Maar het verhaal gaat verder dan mechanica. Het meest opvallende effect is misschien wel dat het synovium tot 25% elastischer wordt zodra de hydrogel volledig is geïntegreerd — alsof het gewricht een soepelere, veerkrachtigere jas krijgt aangemeten. Tegelijkertijd gebeurt er iets dat je niet op een echo ziet maar wél in de biologie terugvindt: de gel “herprogrammeert” het synovium. Ontstekingsgenen zoals IL‑1β en TNF‑α worden gedempt, herstelgenen juist geactiveerd en de barrièrefunctie van het kapsel wordt sterker en minder permeabel. Vooral patiënten met actieve synovitis profiteren hiervan; precies in die overactieve, ontstoken omgeving is de winst het grootst en komt de unieke werking van Arthrosamid® volledig tot zijn recht.

Het resultaat is opvallend duurzaam: veel patiënten ervaren jarenlange pijnvermindering, betere functie en een aanzienlijk lager risico op een knieprothese. De werking bouwt langzaam op, met een piek tussen 3 en 6 maanden, maar houdt vaak tot 5 jaar aan.

Kort gezegd: Arthrosamid® is een injectie die zich gedraagt als een implantaat — en het gewricht van binnenuit structureel verbetert.

3.Arthrosamid®: het verhaal van een injectie die geen injectie is, maar een implantaat

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

Soms komt er een behandeling voorbij die niet netjes in een bestaande categorie past. Arthrosamid® is precies zo’n behandeling. Geen corticosteroïd, geen hyaluronzuur, geen PRP — maar een volledig nieuwe klasse: een injecteerbaar synoviaal implantaat. Dat klinkt bijna paradoxaal: een implantaat dat je door een naald spuit. Maar wie begrijpt wat er daarna in het gewricht gebeurt, ziet waarom deze term precies klopt.

Hoe een hydrogel het synovium verandert

Wanneer je Arthrosamid injecteert, blijft het niet als een losse gel in de gewrichtsholte zweven. Het zoekt contact met het synovium — en daar begint een proces dat verrassend biologisch is.

 

 

Binnen enkele maanden is de gel volledig geïntegreerd in het synoviale membraan. Niet als een harde plug, maar als een zacht, flexibel netwerk dat verweven raakt met de synoviale vezels. Dierstudies én humane data laten hetzelfde patroon zien:

  • het synovium wordt 5–10× dikker
  • de elasticiteit neemt 15–27% toe
  • de pathologische stijfheid van artrose normaliseert

Het is alsof het kapsel een nieuwe laag krijgt die de mechanische belasting beter verdeelt. Niet door druk weg te duwen, maar door de weefselvervorming te verminderen — een subtiel maar belangrijk verschil.

Hoe weten we dat?

Omdat drie totaal verschillende onderzoeksmethoden hetzelfde laten zien:

  • Mathematische simulaties tonen dat de gel zelf nauwelijks spanning draagt, waardoor het synovium ontlast wordt.
  • Rheometrie laat zien dat stijve, artrotische membranen weer de flexibiliteit van gezonde gewrichten krijgen.
  • Sono‑elastografie bevestigt dat menselijke synovia na 3–4 maanden daadwerkelijk elastischer worden.

Het synovium wordt dus niet alleen dikker — het wordt functioneel beter.

Van mechanische ondersteuning naar genetische herprogrammering

Het meest intrigerende deel van het verhaal speelt zich af op cellulair niveau. Arthrosamid is geen passieve gel; het beïnvloedt de genexpressie van synoviocyten.

Onderzoek van Pezzanite, Snow en anderen laat zien dat iPAAG (2,5% polyacrylamidehydrogel):

  • IL‑1β en TNF‑α onderdrukt
  • matrixherstelgenen activeert
  • de barrièrefunctie van het synovium versterkt

Het synovium wordt minder “lekkend”, effusie neemt af en de natuurlijke filterfunctie herstelt zich.

Zelfs de synoviale vloeistof verandert:

  • IL‑1RA stijgt na 3 maanden
  • IL‑6 daalt
  • het endogene hyaluronzuur neemt toe

Het gewricht gedraagt zich alsof het biologisch is “teruggezet” naar een gezondere toestand.

Waarom patiënten met synovitis juist beter reageren

Een opvallende bevinding gepresenteerd door prof. Snow tijdens de ISAKOS 2025: patiënten met actieve synovitis hebben een grotere kans om ‘responders’ te zijn.

Dat druist in tegen ons klassieke denken, maar biologisch gezien is het logisch.

  1. Een ‘target‑rich environment’

Bij actieve synovitis zijn IL‑1β en TNF‑α sterk verhoogd. Precies díe genen worden door iPAAG onderdrukt. Hoe actiever de ontsteking, hoe groter de winst.

  1. Herstel van een lekkende barrière

Ontstoken synovium is vaak hyperpermeabel. Arthrosamid herstelt de shear stiffness en sluit als het ware de “kieren” in het kapsel. Patiënten voelen dat direct als minder zwelling en minder drukpijn.

  1. De grootste winst zit bij de grootste afwijking

Een rustig, uitgedoofd artrotisch gewricht heeft minder ruimte voor verbetering. Een actief ontstoken gewricht heeft dat wel — en reageert daarom sterker.

Het maakt Arthrosamid tot een precisie‑interventie, niet tot een laatste redmiddel.

Klinische resultaten: een behandeling die jaren doorwerkt

De langetermijndata zijn misschien wel het meest indrukwekkend:

  • 80% van patiënten <70 jaar met graad ≥2 artrose laat significante verbetering zien
  • effect houdt tot 5 jaar aan na één injectie
  • in een 10‑jaars follow‑up had 56% nog steeds géén knieprothese nodig
  • WOMAC‑ en KOOS‑scores verbeteren gemiddeld 20 punten

Arthrosamid Reproducible Pain Reduction Results Graph IDA ROSA LUNA DAISY studies 2025ROSA Response Rate for HCPs Graph

 

Veiligheid als eerste!

En dat alles met een veiligheidsprofiel dat al 25 jaar is opgebouwd in meer dan 1,8 miljoen behandelingen (o.a. bij stressincontinentie).

Bijwerkingen zijn meestal mild: wat zwelling, wat napijn — maar geen ernstige productgerelateerde complicaties.

In de bijsluiter van Arthrosamid wordt geadviseerd om antibioticaprofylaxe toe te passen. Arthrosamid is een injecteerbaar implantaat en moet ook als zodanig worden beschouwd.

 

De integratiefase: het verhaal dat je patiënten moet vertellen

Arthrosamid werkt niet zoals een corticosteroïd of hyaluronzuur. Het effect bouwt langzaam op, omdat de gel tijd nodig heeft om in het synovium te integreren.

De belangrijkste boodschap voor patiënten:

  • Sommige patiënten hebben direct effect na de behandeling. Na een paar dagen tot weken kunnen de pijnklachten weer toenemen.
  • de eerste effecten beginnen rond 6 weken
  • de maximale werking ontstaat tussen 3 en 6 maanden
  • het resultaat is gemiddeld 20 punten verbetering — maar dat is een gemiddelde

Sommige patiënten zijn vrijwel pijnvrij. Anderen verbeteren matig. Een kleine groep reageert niet.

Goede verwachtingsmanagement is dus essentieel.

Wat betekent dit voor jouw praktijk?

Arthrosamid is geen glijmiddel, geen ontstekingsremmer en geen regeneratieve therapie. Het is een synoviaal implantaat dat:

  • het synovium structureel verandert
  • de genexpressie van synoviocyten moduleert
  • de barrièrefunctie herstelt
  • de mechanica van het gewricht normaliseert
  • en daardoor jarenlang klinisch voordeel geeft

Het is een behandeling die niet alleen symptomen dempt, maar het gewrichtsmilieu zelf verandert.

Referenties:

  1. Intra-articular 2.5% polyacrylamide hydrogel, a new concept in the medication of equine osteoarthritis: A review; Tnibar A. Equine Vet Sci. 2022; 119: 104143
    Link: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0737080622002799
  2. Synovial incorporation of polyacrylamide hydrogel after injection into normal and osteoarthritic animal joints; Christensen, L, et al. Osteoarthritis Cartilage. 2016; 24 (11): 1999-2002
    Link: https://www.oarsijournal.com/action/showPdf?pii=S1063-4584%2816%2930189-3
  3. An international multi-centre prospective study on the efficacy of an intraarticular polyacrylamide hydrogel in horses with osteoarthritis: a 24 months follow-up;Tnibar A, et al. Acta Vet Scand. 2015; 57 (1) Link: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4403890/pdf/13028_2015_Article_110.pdf
  4. Use of a 2.5% Cross-Linked Polyacrylamide Hydrogel in the Management of Joint Lameness in a Population of Flat Racing Thoroughbreds: A Pilot Study; de Clifford LT, et al. J Equine Vet Sci. 2019; 77: 57-62 Link: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0737080618307615
  5. Intra-articular 2.5% polyacrylamide hydrogel for the treatment of knee osteoarthritis: an observational proof-of-concept cohort study;1Henriksen M, et al. Clin Exp Rheumatol. 2018; 36 (6): 1082-1085 Link: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30148430/
  6. 6 Months – Polyacrylamide Hydrogel Injection for Knee Osteoarthritis: A 6 Months Prospective Study. Bliddal H, Overgaard A, Hartkopp A, et al. J; Orthop Res Ther 6. 2021; 1188. Link: doi: 10.29011/2575-8241.001188
  7. 12 Months –Polyacrylamide Hydrogel Injection for Knee Osteoarthritis: Results of a 52 Week Prospective Study. Bliddal H, Overgaard A, Hartkopp A, et al. Abstract, Osteoarthritis and Cartilage. 2021; 29: S278. Link: doi: 10.1016/j.joca.2021.02.366
  8. 12 months –Effectiveness and safety of polyacrylamide hydrogel injection for knee osteoarthritis: results from a 12-month follow up of an open-label stu. Bliddal H, et al. Journal of Orthopaedic Surgery and Research Surg Res 2024;19, 274. Link: doi: 10.1186/s13018-024-04756-2
  9. 24 Months –A Prospective Study of Polyacrylamide Hydrogel for Knee Osteoarthritis: Results from 2 years After Treatment. Bliddal H, Beier J, Hartkopp A, et al. Abstract, Osteoarthritis and Cartilage. 2022; 30: S372. Link: doi: 10.1016/j.joca.2022.02.499
  10. 36 Months –3 Year Results from a Prospective Study of Polyacrylamide Hydrogel for Knee Osteoarthritis. Abstract, Osteoarthritis and Cartilage. Henriksen M, Beier J, Hartkopp A, et al. 2023; 31: 682-683. LINK:doi: 10.1016/j.joca.2023.02.023
  11. 4-years- POLYACRYLAMIDE HYDROGEL FOR KNEE OSTEOARTHRITIS: 4-YEAR RESULTS FROM A PROSPECTIVE STUDY; Henning Bliddal, EORS 2024, Oral presentation abstract. www.EORS2024.org
    Link: chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://eors2024.org/wp-content/uploads/2024/09/all_oral_abstracts.pdf
  12. Polyacrylamide Hydrogel for Knee Osteoarthritis: 5-Year Results from a Prospective Study; Bliddal et al. ;Presented at WCO-IOF-ESCEO 2025.
    Link: https://www.oarsijournal.com/article/S1063-4584(22)00533-7/fulltext
  13. One year Performance of Polyacrylamide Hydrogel vs. Hyaluronic Acid: A Randomised Controlled Study. Bliddal H, Beier J, Hartkopp A, et al. Abstract, Osteoarthritis and Cartilage. 2022; 30: 371.
    Link: doi: 10.1016/j.joca.2022.02.497
  14. Polyacrylamide gel versus hyaluronic acid for the treatment of knee osteoarthritis: A randomised controlled study. Bliddal H, Beier J, Hartkopp A, et al. Clinical and Experimental Rheumatology. 2024 Mar 19. Link: org/10.55563/clinexprheumatol/i3fqee Epub ahead of print. PMID: 38525999
  15. Histological Appearance of the Synovial Membrane after Treatment of Knee Osteoarthritis with Polyacrylamide Gel Injections: A Case Report. Christensen LH, Daugaard S. J Arthritis. 2016; 5: 5.
    Link: doi: 10.4172/2167-7921.100021
  16. Reduction in Patellofemoral Bone Marrow Lesions Following Single Arthrosamid Intra-Articular Injection of Polyacrylamide Hydrogel (iPAAG) in the Treatment of Advanced Osteoarthritis. Maulana R, Cole A, Lee PYF. Journal of Arthritis. 2022; 11 (3): 024-026
    Link: https://www.theregenerativeclinic.co.uk/wp-content/uploads/2022/07/Treatment-of-Advanced-Osteoarthritis_P.Lee_.pdf#:~:text=We%20present%20the%20first%20case%20of%20a%20reduction,presented%20to%20the%20clinic%20with%20anterior%20knee%20pain.
  17. Review, A Systematic Review of the Novel Compound Arthrosamid Polyacrylamide (PAAG) Hydrogel for Treatment of Knee Osteoarthritis. Cole A, Maulana R, Whitehead J.P, Lee. Medical Research Archives. 2022; 10 (8) Link: https://esmed.org/MRA/mra/article/view/2950/193546227
  18. 10-Year Safety Follow-Up of Intra-Articular 2.5% Polyacrylamide Hydrogel (iPAAG) in Knee Osteoarthritis (OA)Presented at: WCO-IOF-ESCEO 2025, Rome
    Authors: H. Bliddal, et all. Link:https://wco-iof-esceo.org/download/2025/abstract-book page 58 OC11
  19. A Mechanistic and Clinical study of intra-articular Arthrosamid for knee osteoarthritis Presented at the ISAKOS congres 2025
    Author(s):Sharon Owen, et all. Link: https://isakos.com/GlobalLink/Abstract/8064
  20. Polyacrylamide Hydrogel for Knee Osteoarthritis: 5-Year Results from a Prospective Study
    Presented at WCO-IOF-ESCEO 2025.
    Authors: H. Bliddal, et all.
    Link: https://www.arthrosamid.nl/meer-te-weten-komen-over-de-gegevens/ (copy uit abstract book)
  21. Polyacrylamide hydrogel injections in knee osteoarthritis: A PROMs-based 24 month cohort study. Author(s) Hiu Ching Kelvin Gao et all. (Oct 2025)
    Link: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0976566225002346
  22. A SINGLE INJECTION OF INTRA-ARTICULAR ARTHROSAMID FOR KNEE OSTEOARTHRITIS – A STUDY OF CLINICAL EFFICACY AND MECHANISM; Author(s);M. Snow, et all.
    Link: https://www.oarsijournal.com/article/S1063-4584(25)00792-7/abstractLink naar tekst
  23. Intra-articular Arthrosamid® injection for knee osteoarthritis: A synovial fluid biomarker study
    Author(s); K.T. Wright, et all.
    Link:https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1063458425002390Link naar tekst
  24. THE IMPACT OF PATIENT FACTORS ON THE MINIMAL CLINICALLY IMPORTANT DIFFERENCE OF ARTHROSAMID POLYACRYLAMIDE HYDROGEL INJECTION FOR KNEE OSTEOARTHRITIS: A COHORT STUDY
    Author(s); Hiu Ching Kelvin Gao, et all.
    Link: https://www.oarsijournal.com/article/S1063-4584(25)00673-9/abstractLink naar tekst.
  25. An injectable 2.5% cross-linked polyacrylamide hydrogel (2.5 iPAAG) demonstrates no neurotoxicity in human induced pluripotent stem cells-derived iCell® GlutaNeurons.
    Author(s):P.S. Walmod, et all.
    Link: https://www.frontiersin.org/journals/toxicology/articles/10.3389/ftox.2025.1585430/ful
  26. Comparative efficacy of polyacrylamide hydrogel versus hyaluronic acid and corticosteroids in knee osteoarthritis A retrospective cohort study; Bilal Aykaç et all; Medicine (2025) 104:38
    Link:https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12459573/ 
  27. Three-year follow-up from a randomised controlled trial of a single intra-articular polyacrylamide hydrogel injection in subjects with knee osteoarthritis;H. Bliddal e.a.; Clinical and Experimental Rheumatology 2025.
    Link: Three-year follow-up
  28. Shear stiffness van het equine synoviale membraan bij osteoartritis en de respons op behandeling met polyacrylamidehydrogel, Dr. Markus Wimmer, Rush University, Chicago (Rush University Medical Center) Department of Orthopaedic Surgery – Motion Analysis & Joint Biomechanics
    ICRS presentatie, Boston 2025
    Link: ICRS‑presentaties Arthrosamid/ IPAAG Boston 4-7 oktober, 2025
  29. Synoviale transcriptomische respons op intra‑articulaire 2,5% polyacrylamidehydrogel in een equine osteoartritis‑model,  R. Lynn PezzaniteEquine Orthopedics & Translational Medicine,ICRS presentatie, Boston 2025
    Link: ICRS‑presentaties Arthrosamid/ IPAAG Boston 4-7 oktober, 2025
  30. The Symptom‑ and Disease‑Modifying Effects of Intra‑articular 2.5% Polyacrylamide Gel in an Equine Preclinical Osteoarthrosis Model, Dr. Erin Contino, Colorado State University, Equine Sports Medicine & Rehabilitation
    ICRS presentatie, Boston 2025
    Link: ICRS‑presentaties Arthrosamid/ IPAAG Boston 4-7 oktober, 2025

Het geheel is meer dan de som der delen — in één minuut

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

Injecties zoals Arthrosamid®, hyaluronzuur of PRP kunnen veel doen: ze verminderen pijn, kalmeren ontsteking en geven het gewricht biologisch ademruimte. Maar hun grootste kracht komt pas echt tot leven wanneer je ze combineert met een gestructureerd oefenprogramma zoals GLA:D®. Een injectie opent namelijk een window of opportunity: voor het eerst in lange tijd kan de patiënt weer bewegen zonder dat elke stap protesteert. En precies in dat moment kan oefentherapie het verschil maken.

GLA:D® herstelt wat artrose jarenlang heeft ondermijnd: spierkracht, stabiliteit, proprioceptie en het vertrouwen om het gewricht weer te gebruiken. Sterkere spieren worden de natuurlijke schokdempers van de knie, waardoor de winst van de injectie niet alleen voelbaar wordt, maar ook duurzaam blijft.

Daarnaast leert het programma patiënten waarom beweging essentieel is voor kraakbeenmetabolisme en gewrichtsgezondheid. Die educatie zorgt voor beter zelfmanagement en minder afhankelijkheid van herhaalde medische interventies.

Kort gezegd: injectietherapie maakt beweging mogelijk, GLA:D® maakt verbetering blijvend. Samen doorbreken ze de vicieuze cirkel van artrose — en dat is precies waarom het geheel méér is dan de som der delen.

 

Het geheel is meer dan de som der delen

Nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie, maart 2026

Waarom injectietherapie pas écht krachtig wordt in combinatie met GLA:D®

Wie regelmatig patiënten met knie‑artrose behandelt, ziet het telkens opnieuw: een injectie kan veel doen — soms zelfs verrassend veel — maar zelden vertelt die injectie het hele verhaal. Arthrosamid®, PRP, hyaluronzuur… ze kunnen pijn dempen, ontsteking kalmeren en het gewricht biologisch resetten. Maar zodra de patiënt weer beter kan bewegen, ontstaat er iets dat minstens zo belangrijk is als de injectie zelf: een kans om het gewricht opnieuw te trainen.

Dat is de synergie waar het GLA:D®‑programma om draait. Niet als “extraatje”, maar als de logische tweede helft van een behandeling die anders onvolledig blijft.

Het ‘window of opportunity’: wanneer het gewricht eindelijk meewerkt

Een injectie die pijn vermindert, doet meer dan alleen comfort geven. Ze opent een venster dat bij veel patiënten jarenlang dicht zat: het moment waarop bewegen weer mogelijk is zonder dat elke stap protesteert.

In die fase — vaak de eerste weken tot maanden na de injectie — is het gewricht biologisch rustiger, mechanisch stabieler en functioneel minder pijnlijk. Dat is precies het moment waarop oefentherapie het meeste rendement oplevert.

Injectietherapie maakt beweging mogelijk. Oefentherapie maakt verbetering duurzaam.

Waarom het lichaam oefentherapie nodig heeft, zelfs als de pijn weg is

Artrose verandert niet alleen het kraakbeen, maar ook de manier waarop het hele bewegingsapparaat functioneert. Spieren worden zwakker, reflexen trager, proprioceptie minder scherp. Het lichaam gaat compenseren — vaak jarenlang.

Een programma als GLA:D® pakt precies die verborgen gevolgen aan.

Neuromusculaire controle

Door artrose “vergeet” de knie hoe hij moet samenwerken met de spieren eromheen. GLA:D® leert het systeem opnieuw coördineren: betere stabiliteit, betere schokabsorptie, minder piekbelasting.

Spierkracht als natuurlijke bescherming

Sterke bovenbeenspieren zijn de beste dempers die een knie kan krijgen. Ze vangen krachten op die anders rechtstreeks op het gewricht zouden landen.

Educatie als medicijn

Patiënten leren waarom beweging geen vijand is, maar een voorwaarde voor gezond kraakbeen. Dat inzicht verandert gedrag — en gedrag bepaalt de lange termijn.

Waarom de combinatie langer werkt dan de injectie alleen

De literatuur is hier opvallend eensgezind: patiënten die actief blijven, behouden hun winst langer.

Dat is logisch. Een injectie verandert het gewrichtsmilieu. Oefentherapie verandert de manier waarop het gewricht wordt gebruikt.

Samen doorbreken ze de vicieuze cirkel van artrose:

  • minder pijn → meer bewegen
  • meer bewegen → betere spierfunctie

 

Referenties:
www.gladinternational.org/ www.gladnederland.nl

Internationale richtlijnen (kern: oefentherapie, educatie, leefstijl)

  1. OARSI 2019 – Non-surgical management of knee, hip and polyarticular OA Bannuru RR, Osani MC, Vaysbrot EE, et al. OARSI guidelines for the non-surgical management of knee, hip, and polyarticular osteoarthritis. Osteoarthritis Cartilage. 2019;27(11):1578‑1589.
  2. Overzicht van richtlijnen – focus op exercise, educatie, gewichtsreductie Macri EM, Selles RW, Stefanik JJ, Reijman M. OARSI year in review 2023: Rehabilitation and outcomes. Osteoarthritis Cartilage. 2023;31(12):1534‑1547.
  3. ACR/Arthritis Foundation guideline (klinische praktijk, conservatief beleid) Kolasinski SL, Neogi T, Hochberg MC, et al. 2019 American College of Rheumatology/Arthritis Foundation guideline for the management of osteoarthritis of the hand, hip, and knee. Arthritis Care Res. 2020;72(2):149‑162.
  4. EULAR recommendations voor knie‑ en heupartrose Fernandes L, Hagen KB, Bijlsma JWJ, et al. EULAR recommendations for the non-pharmacological core management of hip and knee osteoarthritis. Ann Rheum Dis. 2013;72(7):1125‑1135.
  5. Nederlandse context – KNGF-richtlijn artrose heup/knie KNGF-richtlijn Artrose heup-knie. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, laatste update (raadpleeg KNGF-site voor actuele versie).

Oefentherapie: effect op pijn en functie

  1. Therapeutische oefening bij heup/knie‑artrose (Lancet) Fransen M, McConnell S, Harmer AR, et al. Exercise for osteoarthritis of the knee: a Cochrane systematic review. (Gerelateerd: moderators of effect in The Lancet). In de OARSI year in review wordt samengevat dat oefentherapie een klein maar consistent positief effect heeft op pijn en functie.
  2. Therapeutische oefening – effectgrootte en klinische relevantie Bennell KL, Hinman RS. Exercise as a treatment for osteoarthritis. Curr Opin Rheumatol. 2015;27(3):304‑311.

Leefstijl en gewichtsreductie

  1. Dieet + oefening bij knie‑artrose en overgewicht Messier SP, Mihalko SL, Legault C, et al. Effects of intensive diet and exercise on knee joint loads, inflammation, and clinical outcomes among overweight and obese adults with knee osteoarthritis. JAMA. 2013;310(12):1263‑1273.
  2. Gewichtsreductie als kernonderdeel van conservatieve behandeling Samengevat in OARSI‑richtlijnen en OARSI year in review 2023: gewichtsreductie + oefentherapie als “core treatment” bij overgewicht/obesitas en heup/knie‑artrose.

GLA:D® en gestructureerde oefenprogramma’s

  1. GLA:D® Denmark – implementatie en uitkomsten in de dagelijkse praktijk Skou ST, Roos EM. Good Life with osteoArthritis in Denmark (GLA:D™): evidence-based education and supervised neuromuscular exercise delivered by certified physiotherapists nationwide. BMC Musculoskelet Disord. 2017;18:72.
  2. GLA:D® – real‑world data op pijn, functie en zelfmanagement Skou ST, Rasmussen S, Laursen MB, et al. The efficacy of GLA:D® in patients with knee and hip osteoarthritis: cohort data from clinical practice. (Diverse publicaties; vaak geciteerd in richtlijnen en reviews zoals OARSI year in review 2023).

Agenda 2026
Interessante congressen voor regeneratieve geneeskunde/ orthobiologics in 2026

23 – 26 April – OARSI, West Palm Beach (Florida, USA)

4-6 mei 2026 – EFORT, Malaga (Sp)

20-22 mei – ESSKA, Praag (Tsjechie)

8–10 oktober 2026 – ICRS Summit, Porto (Portugal)

8–10 oktober 2026 – Enorm Health, Leuven (Be)

15-16 oktober 2026 – ISAKOS, Brussel (BE)

20-23 oktober 2026 – DKOU, Berlijn (Du)

 

In onze volgende nieuwsbrief zal PRP en doelgerichte PRP voor de behandeling van artrose onder de aandacht gebracht worden.

Heeft u een goed verhaal uit uw praktijk of interessant wetenschappelijk onderzoek op gebied van artrose en/ of spier- en peesklachten behandelingen, laat het ons weten zodat we het in een van de volgende nieuwsbrieven kunnen meenemen.

Voor vragen, ideëen en/ of opmerkingen kun je contact opnemen met info@supporthomedical.nl

 

Colofon & Copyright

Deze nieuwsbrief voor artsen met interesse in regeneratieve orthopedie is een uitgave van Supportho Medical BV. Website: www.supporthomedical.nl E‑mail: info@supporthomedical.nl

© Supportho Medical BV. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt — in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op welke andere manier dan ook — zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Hoewel deze nieuwsbrief met grote zorg is samengesteld, kunnen aan de inhoud geen rechten worden ontleend. Supportho Medical BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de gevolgen van het toepassen van de beschreven informatie in de klinische praktijk.